Hoogbegaafden


Wat is hoogbegaafdheid?

Er zijn veel verschillende definities van hoogbegaafdheid. De eenvoudigste, die met klassieke intelligentie weinig te maken heeft, is dat je gewoon ergens heel goed in bent. Dat kan voetbal zijn, viool spelen of schaken. Meestal wordt hoogbegaafd gezien als iemand met een heel hoog IQ. Soms ook wordt onder hoogbegaafdheid meer verstaan: iemand is niet alleen heel pienter, maar is ook heel creatief en kan goed praktische problemen oplossen.
Hoogbegaafde kinderen zijn in meerdere opzichten “anders” dan andere kinderen. Ze zitten anders in elkaar en hebben daarom andere dingen nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

Het meest gehanteerde model is dat van Renzulli en Mönks.
Volgens Renzulli beschikt een hoogbegaafd kind over buitengewone capaciteiten (een IQ boven 130), een grote motivatie en creativiteit.
Volgens Mönks is de houding en de inbreng van het gezin, de school en de vrienden bepalend voor het tot uiting komen van de buitengewone capaciteiten van een kind.

wpeA

Een nieuwere opvatting wordt getoond in het model van Heller (1992).
Heller neemt wat Renzulli en Mönks brachten samen en voegt er de ideeën van Gardner (theorie van de meervoudige intelligentie) aan toe.
Het model van Heller onderscheidt niet-cognitieve persoonlijkheidskenmerken en omgevingskenmerken die een negatieve of positieve invloed kunnen uitoefenen op aanleg en gedrag.

Van belang is om zicht te krijgen op hóe deze belemmerende of stimulerende factoren van invloed zijn op het ontwikkelingsproces. Hierdoor ontstaat inzicht in de benodigde ondersteuning en begeleiding die kan bijdragen om het potentieel om te zetten in hiermee overeenstemmende prestaties. De kenmerkende leer- en persoonlijkheidseigenschappen van (hoog)begaafde leerlingen kunnen dan ook zichtbaar blijven of worden.

infopunt_hbpo_heller_800px

 

Zijn model bevat begaafdsheidsfactoren die relatief onafhankelijk van elkaar functioneren:

  • Intellectuele capaciteiten
  • Creativiteit
  • Sociale competentie
  • Praktische intelligentie
  • Artistieke capaciteiten
  • Muzikaliteit
  • Psychomotoriek

Mensen kunnen op verschillende gebieden begaafd zijn:

  • Wiskunde
  • Natuurwetenschappelijk inzicht
  • Techniek
  • Abstract denkvermogen
  • Vreemde talen
  • Sociale vaardigheden
  • Kunst en muziek
  • Sport

De persoonlijkheidsfactoren die deze buitengewone capaciteiten beïnvloeden zijn:

  • Stressgevoeligheid
  • Motivatie
  • Werk- en leerstrategieën
  • Zelfvertrouwen/Faalangst
  • Regulatievaardigheden

Als laatste categorie onderscheidt Heller de omgevingsfactoren:

  • Leerhouding binnen het gezin
  • Gezinssituatie/klimaat
  • Kwaliteit van de instructie
  • Schoolklimaat
  • Ingrijpende gebeurtenissen. Deze ervaringen kunnen in verschillende omgevingen plaatsvinden en grote invloed uitoefenen op het wel/niet leveren van prestaties.

Conclusie: Het school/klassenklimaat heeft invloed op het tot uiting komen van de buitengewone capaciteiten.

Stimulatie en steun van de leerkracht kunnen veel bijdragen aan het welbevinden en de prestaties van hoogbegaafde leerlingen.

Hoogbegaafde kinderen die niet of onjuist in hun ontwikkeling gestimuleerd worden gaan soms onderpresteren en dat kan verschillende oorzaken hebben. Het is een hele kunst te ontdekken waaraan het ligt.

Eén van de oorzaken van onderpresteren is dat hoogbegaafde leerlingen nooit echt geleerd hebben om te leren. Moeten andere kinderen de rijtjes in hun hoofden stampen, de hoogbegaafde leerling bekijkt slechts een keer een pagina en de topografie zit in zijn/haar hoofd. Op de basisschool heeft dit altijd nog tot goede cijfers geleid, eenmaal in het voortgezet onderwijs blijkt deze vorm van ‘leren’ niet meer voldoende te zijn. Sterker nog, het hoogbegaafde kind heeft nooit geleerd om te leren. De leraar en de ouders zullen het kind aansporen beter zijn/haar best te doen maar dit heeft een averechts effect. Het kind kan faalangst krijgen of depressief raken en kan uiteindelijk afhaken.

polaroid_slide01
polaroid_slide02
polaroid_slide03

Zoeken

Twitter